Vereenvoudigde taaleis moet vertaalkosten verminderen
Donderdag 20 november 2014 – Den Haag – Na tientallen jaren van gesteggel, lijkt de invoering van een EU-patent (gesteld in het Frans, Duits of Engels) uiteindelijk ook de laatste horde te nemen. Advocaat-generaal Yves Bot heeft dinsdag het Europees Hof van Justitie in Luxemburg aanbevolen de rechtzaak te verwerpen, die Spanje had aangespannen om de invoering van het nieuwe EU-patent tegen te houden.
Nieuwe EU-patenten dienen straks slechts in één van de drie officiële EU-talen (Frans, Duits of Engels) geregistreerd te worden. De Spaanse regering stoort zich aan deze vereenvoudigde en in haar ogen discriminerende taaleis. De regeling wordt volgens de EU advocaat-generaal echter gerechtvaardigd door het doel om de hoge kosten van de vele vertalingen te verminderen.
Het EU-patent moet worden ingevoerd als onderdeel van de zogenaamde nauwere samenwerking in bijna alle EU-lidstaten. Spanje en Italië hebben zich niet bij dit initiatief aangesloten.
Tot nu toe worden ook al Europese patenten uitgegeven door het Europees Octrooibureau (EPO). Maar deze patenten moeten vervolgens in de afzonderlijke lidstaten nog geldig verklaard worden en veelal vertaald vertaald worden in de taal van het desbetreffende land. Internationaal gezien leidt dit tot relatief hoge kosten.
De aanpak van nauwere samenwerking is toegestaan, indien het project op EU-niveau niet haalbaar is – bijvoorbeeld omdat een of twee landen blokkeren. Over het algemeen volgt het Europees Hof van Justitie het advies van de advocaat-generaal. De uiteindelijke beslissing van het Hof wordt binnen enkele maanden verwacht.
Bronnen:
